6. Hamster Harrie

De familie Klaver: een feuilleton

Deel 6: Waarin een hamster zakt voor zijn zwemdiploma en een etentje verknalt.

De ramp waarover Laura had gebeld en waarmee een abrupt einde kwam aan het intieme etentje met Frank, viel in de categorie ‘kinderrampen’. Wat was er gebeurd?
Harrie, een van de twee hamsters in huis, mocht af en toe vrij rondlopen en was in de vissenkom van Blupje, de goudvis, gevallen en naar het zich liet aanzien verdronken. Hoe lang hij in het water had gelegen wist Laura niet, maar hij zag er nogal dood uit, vertelde ze in tranen door de telefoon.

‘We komen eraan’, zei Martine en gebaarde tegen Frank dat hij moest afrekenen. Met enige tegenzin stond Frank op en liep naar de kassa. Hij was nooit zo’n fan geweest van Harrie en Henkie, zoals de andere hamster heette. Zeker niet toen Henkie een keer ’s nachts, toen ze vergeten waren hem in zijn kooi te stoppen, de printerkabel van zijn laptop had doorgeknaagd, terwijl Frank juist die dag voor negen uur een aantal prints had moeten faxen naar een belangrijke klant. ‘Had je ze gisteren maar uit moeten printen’ had Martine gezegd. ‘Dit krijg je als je altijd alles tot het laatste moment uitstelt.’ Frank had deemoedig het hoofd gebogen in de hoop dat hij daarmee de preek van Martine kon ontlopen, maar dit was voor Martine vaak een reden om juist nog even door te gaan.

Ze waren binnen tien minuten thuis. Harrie lag op een washandje en zag er behoorlijk verzopen uit. ‘We hebben nog mond-op-mond animatie geprobeerd’, zei de buurvrouw die de eerste opvang van de kinderen had verzorgd. ‘Maar die beesies hebben zo’n klein bekkie hè. Bovendien had hij net zitten hamsteren, dus ik moest eerst allemaal pitten eruit pulken.’

Er werd gebeld. ‘Ah, dat zal de dierenambulance zijn’, zei de buurvrouw. ‘De dierenambulance?’, zei Frank verbluft. Mijn god, de dierenambulance rukt uit voor een verdronken hamster, dacht hij, maar hij besloot dat het beter was zijn mond te houden. En inderdaad kwamen er twee in groene overalls geklede mensen van de dierenambulance binnen. ‘Goedenavond, waar ligt het slachtoffer’, zei de oudste van het stel, een naar het zich liet aanzien gepensioneerde dierenvriend die besloten had zijn pensioen nuttig in te vullen. ‘Daar, op een washandje’, zei Martine.

’Kunt u nog iets doen?’, vroeg ze tegen beter weten in. De man legde zijn oor te luister op het natte hamsterlijfje, deed toen de oogleden van Harrie open en weer dicht, en zei toen kortweg: ‘Hij is dood’. Laura en Anna begonnen zachtjes te huilen. Martine ontfermde zich over haar dochters en ook de buurvrouw streek ze troostend over hun haren. Frank stond er wat onhandig bij. ‘Eh, ja, ik vrees dat u voor niks gekomen bent.’