5. Almere-Buiten (II)

De familie Klaver: een feuilleton

Deel 5: Waarin Frank en Martine Italiaans gaan eten

Op de terugweg van het huizen kijken in Almere-Buiten zwegen ze. Frank zat chagrijnig voor zich uit te kijken en te bedenken hoe dat ook alweer heette als alles fout ging wat er fout kon gaan: was dat niet de Wet van Murphy? Martine had alle aandacht nodig bij het verkeer dat net tussen file en doorrijden in zat. Bovendien keek ze recht tegen de ondergaande zon in en, die zich - nu het eigenlijk niet meer hoefde - toch nog even liet zien.

Pas bij Diemen verbrak Martine de stilte. ‘En dan sta je ook nog elke dag een uur heen en een uur terug in de file. Hoort dat ook bij het ‘Almere-gevoel’ van je collega Jos? Frank reageerde gelaten: ‘Het was ook geen goede dag om jou warm te krijgen voor Almere met dit stormachtige weer. ‘Schat’, zei Martine, ‘Almere ligt in de polder en in polders waait het altijd. Ik vond die makelaar het ergste. Het leek wel alsof we terecht waren gekomen in een Monty Python-sketch voor makelaars in opleiding: ‘How not to sell a house’. Wat een vreselijke man. En dan ook nog de tweelingzus van de bovenbuuf als eventuele nieuwe buurvrouw die zich gelijk met onze tuin ging bemoeien.’ Beiden gierden het uit.

Toen ze Amsterdam binnenreden waren ze in een opperbeste stemming. ‘Wat dacht je ervan om even lekker met ons tweetjes uit eten te gaan?’, zei Frank. ‘Maar de meiden dan?’, wierp Martine tegen. ‘Laura en Anna kunnen wel een paar uurtjes alleen, maar dit wordt te lang.’ Maar ook daar had Frank een oplossing voor. ‘Dan vragen we toch de bovenbuuf of ze even een oogje in het zeil houdt’ en hij haalde zijn mobiel uit zijn jaszak.

Zo gezegd, zo gedaan en even later zaten Frank en Martine als twee tortelduifjes bij een nieuwe Italiaan in de Scheldestraat, ‘Forza Italia’ geheten. ‘Let niet op de naam’, zei Frank. ‘Hoezo?, zei Martine, die de buitenlandpagina’s in de krant meestal oversloeg. ‘Never mind’ zei Frank die galant de deur voor haar openhield, haar jas aannam en de stoel voor haar aanschoof. Dit was weer de Frank waar ze ooit verliefd op was geworden, dacht Martine terwijl ze de menukaart bestudeerde.

Het huizen kijken had ze hongerig gemaakt: terwijl ze normaal meer dan genoeg hadden aan een pizza, bestelden ze nu allebei een voorgerecht en een hoofdgerecht, en een forse ijs-coupe als toetje. Ze zaten te praten alsof ze elkaar twee maanden niet hadden gesproken. En eigenlijk was dat ook een beetje zo, dacht Martine, Ze wilden juist allebei nog een cappuccino met grappa bestellen toen Martine’s mobiel ging. Het was Laura die met een dun stemmetje zei: ‘Mama, jullie moeten komen; er is een ramp gebeurd.’