3. Café Henk

De familie Klaver: een feuilleton

Deel 3: Waarin Martine Frank besnuffelt en babi-pangang ruikt

Martine was in slaap gevallen voor de tv. Ze werd wakker van de koude hand van Frank die haar over haar wang aaide. ‘Dag schat’, zei ze en negeerde zijn alcoholkegel. Uit een ooghoek zag ze dat het half één was. ‘Wat ben je laat. Was het gezellig?’ ‘Gaat wel’, zei Frank. Het waren vier Engelse klanten, en je weet hoe dat gaat als die van hun eiland af mogen. Zuipen, eten en daarna de Wallen op.’ ‘Ben je mee geweest?’, vroeg Martine. ‘Ik heb ze ernaar toe gebracht, maar ben daarna met Jos ervan door gegaan. Wij hebben nog even wat nagebabbeld in café Henk.’ ‘Je wordt er nog eens stamgast’, zei Martine. Ze vond Café Henk, een echte volkskroeg met een biljart en een grootbeeldscherm voor de wedstrijden van Ajax en het Nederlands Elftal, niets voor Frank. Als hij ging stappen met vrienden en een enkele keer met haar, wist hij de nieuwste trendy cafés altijd feilloos te vinden. Ze werden bevolkt door goedgeklede en goedgebekte dertigers en veertigers die krampachtig probeerden twintigers te blijven. Martine werd altijd een beetje neerslachtig van dat opgefokte gedrag. Maar nu was het café Henk voor en café Henk na en dat vond ze allang best.

Opeens herinnerde Martine zich de opmerking van de bovenbuurvrouw van die middag ‘of hij niet een vriendinnetje had’. ‘Geef me eens een kus’, zei ze en terwijl Frank zich voorover boog snoof ze zijn geur op. Hij rook naar zweet, alcohol en vaag naar babi pangang. ‘Hebben jullie Chinees gegeten? ‘Hoe weet jij dat’, zei Frank verbluft. ‘Ik ruik babi pangang’, zei Martine, die opgelucht constateerde dat ze geen parfum rook. ‘Hoe was jouw dag?’ vroeg Frank. ‘Ik was bijna dood geweest’, zei Martine luchtigjes en ze vertelde van de koelkast die vanuit de gekraakte derde etage van het buurhuis bijna op haar was gevallen. Frank reageerde zoals Martine had verwacht; niet bezorgd om haar, maar met een tirade tegen de buurt, die toch hard achteruit ging en dat het tijd was dat ze gingen verhuizen naar een betere buurt of desnoods naar Almere. Sinds zijn collega Jos daar woonde en ze op zijn housewarming party waren geweest, had Frank zijn mening over Almere drastisch herzien. Tot voor kort had hij altijd verkondigd dat hij er nog niet dood gevonden wilde worden, maar de laatste tijd surfte hij veel op internet naar websites van makelaars. ‘Als jij naar Almere wilt, dan ga je maar alleen’, zei Martine, ‘want ik en de meiden blijven hier wonen.’ ‘Daar zou ik maar niet te zeker van zijn’, zei Frank,’Ik heb nieuws voor je...’.