1. Sangría

De familie Klaver: een feuilleton

Deel 1: waarin we kennismaken met Frank (43) en Martine (40) Klaver, en hun kinderen Laura (13) en Anna (10).

Hèhè, met een zucht plofte Martine in de plastic tuinstoel. Ze wurmde haar voeten uit de iets te strakke strandschoentjes en wilde de post openmaken, maar bedacht zich en nam eerst een slok ijskoude sangria. ‘Heerlijk’, en ze keek schuin omhoog of haar bovenbuurvrouw niet toevallig over de reling hing. Het was nog maar twee uur, wel erg vroeg om al aan de alcohol te gaan en als de buurvrouw het zag zou die ongetwijfeld met haar snerpende stem ‘Hé buuf, nu al aan de drank’ gillen, zodat het halve blok het meteen wist. Het was nog een beetje afkicken van de vakantie toen Frank de sangria had ontdekt en hij het borreluurtje steeds vroeger liet beginnen onder het mom dat het niet meer was dan een glaasje limonade met een tikkeltje alcohol. Het dronk inderdaad als limonade, maar het tikkeltje alcohol merkte je na twee glaasjes ook wel.


Cartoon: Bert Tier

Even de post bekijken. Hè getsie, twee blauwe enveloppen. Die maakte ze zometeen wel open. Een reclamebriefje van Mister Mama: medium en therapeut, voor al uw liefdesproblemen, wonderbaarlijke genezingen en opsporen van verdwenen huisdieren, stond op het kaartje. ‘Mister Mama’, Martine vond het knap gevonden: een beetje yin yang. Wat meer: een verlate vakantiekaart, en verder alleen maar rekeningen: de naschoolse opvang van Anna, het introductiekamp van de middelbare school van Laura, haar schoolboeken, de mobiele telefoons, de APK van de auto en ook nog eens de inboedelverzekering. Het was ook elk jaar hetzelfde liedje: ben je net terug van vakantie, verdwijnt elk nasudderend vakantiegevoel door een bombardement van rekeningen. Het lijkt wel alsof je gestraft wordt voor het vakantie vieren. Nou dan kunnen de belastingen er ook nog wel bij en Martine scheurde de twee blauwe enveloppen open: ‘Hé, dat viel mee: ze kregen geld terug en niet zo’n beetje ook: bijna 3000 euro. ‘Kijk, dat moet je hebben’, zei ze hardop.

‘Ha, buuf, ook post van Bos gekregen’, klonk het van boven. Martine zette in een reflex haar glaasje onder haar stoel en keek omhoog, recht in het gezicht van de bovenbuurvrouw. ‘Ja’, zei ze opgewekt. ‘Maar ik krijg geld van hem; is dat niet aardig?’. ‘Wat een mazzelaar ben je toch’, zei de buurvrouw, ‘Van mij moet hij altijd geld hebben. Nu we het er toch over hebben: zou ik misschien wat kunnen lenen, het is weer het einde van de maand, je kent het wel.’ Voordat Martine kon antwoorden, hoorde ze de deurbel: ‘Sorry, buurvrouw’, zei Martine, ‘de bel gaat’ en ze holde het huis in. ‘Saved by the bell’, mompelde ze. Ze keek door het luikje naar buiten en zag twee ernstig kijkende politieagenten voor de voordeur staan.